Zwaar werkregeling vóór invaren pensioen kan de werknemer meer kosten dan opleveren.
Publicatiedatum: 11 mei 2026
Steeds meer decentrale werkgevers en bonden spreken over het invoeren van een zwaar werkregeling gebaseerd op de RVU drempelvrijstelling. Dat is begrijpelijk. Werknemers met zwaar werk moeten de eindstreep gezond kunnen halen. Als de werkgever is aangesloten bij een pensioenfonds dat nog moet invaren, is invoering van een zwaar werkregeling vóór die invaardatum niet altijd logisch en mogelijk zelfs nadelig voor werknemers.
De kern van het probleem
Bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel maken pensioenfondsen afspraken over compensatie voor bepaalde groepen deelnemers. Die compensatie is doorgaans bedoeld voor actieve deelnemers: werknemers die op de invaardatum nog in dienst zijn en pensioen opbouwen. Een zwaar werkregeling gebaseerd op de RVU-drempelvrijstelling leidt er toe dat de pensioenopbouw moet stoppen. Dat hebben sociale partners afgesproken in het 2024-akkoord ‘Gezond naar het pensioen. Juridisch en pensioentechnisch betekent een zwaar-werkregeling meestal dat de werknemer inactieve deelnemer wordt vóór de invaardatum van het pensioenfonds. En daar wringt de schoen.
Wat betekent dit concreet?
Een werknemer van 64 (of ouder) die gebruikmaakt van een zwaar werkregeling werkt niet meer, bouwt geen pensioen meer op en wordt aangemerkt als gewezen (inactieve) deelnemer. Als het pensioenfonds daarná invaart, bestaat een reëel risico dat de werknemer die via de zwaar werkregeling is uitgestroomd buiten de compensatieregeling valt. Dit kan duizenden tot tienduizenden euro’s betreffen.
De werknemer stopt dus eerder om redenen van gezondheid en zwaar werk, zijn pensioenopbouw stopt en hij loopt tegelijkertijd pensioencompensatie mis, die doorwerkende collega’s wél ontvangen. Dat is moeilijk uit te leggen en voelt voor veel werknemers onrechtvaardig.
Waarom dit extra gevoelig is
De beslissing om gebruik te maken van een zwaar werkregeling is vaak onomkeerbaar. Zodra iemand uitstroomt, kan hij of zij niet later “terug” om alsnog actieve deelnemer te zijn bij het invaren. In sommige gevallen is overigens vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw mogelijk. Het risico ligt dus in beginsel volledig bij de werknemer, terwijl die het overzicht niet altijd heeft. Juist daarom is het onzorgvuldig om een zwaar werkregeling in te voeren, zonder dit effect expliciet mee te nemen.
Conclusie
Een zwaar werkregeling kan passend en gerechtvaardigd zijn. Indien deze echter wordt ingevoerd op een moment waarop het pensioenfonds nog niet is ingevaren, kan zij voor werknemers onbedoeld leiden tot financieel nadeel. Zolang de invaardatum nog niet is bereikt, houdt de invoering van een zwaar werkregeling een risico in. Terughoudendheid in de besluitvorming is op zijn plaats en vereist dat werknemers steeds volledig, tijdig en expliciet worden geïnformeerd over de mogelijke pensioenconsequenties als de zwaar werk-regeling wél voor het invaarmoment van pensioen wordt ingevoerd.


