Verlofopbouw tijdens vrijstelling van werk kan tot RVU-boete leiden
Publicatiedatum: 15 september 2026
Werkgevers die een periode van betaald verlof financieren voor werknemers die richting pensionering gaan, dienen voor de RVU-toets óók rekening te houden met nieuwe verlofaanspraken die ontstaan in de periode van verlof. Die aanvullende aangroei kan tot een onverwacht RVU-risico leiden.
Wanneer een werknemer door hem zelf gespaarde verlofrechten opneemt, is geen sprake van een RVU. Dat ligt anders wanneer de werkgever de verlofperiode financiert. In dat geval moet vooraf worden beoordeeld of de regeling kwalificeert als een regeling voor vervroegde uittreding (RVU). Zo ja, dan is 57,7% eindheffing (64% per 2027) verschuldigd. Daarbij speelt de zogenaamde kwantitatieve toets, ook wel 70%-toets, een essentiële rol.
De beoordeling bij aanvang kan een vertekend beeld geven
In de praktijk wordt regelmatig een regeling ontworpen waarbij een werknemer bijvoorbeeld één of twee jaar wordt vrijgesteld van werkzaamheden met behoud van salaris, bijvoorbeeld onder toepassing van de verlofspaarregeling. Op het moment dat de 70%-toets wordt uitgevoerd, dient de waarde van de door de werkgever gefinancierde aanspraken binnen de grenzen van de kwantitatieve toets te blijven. Daarmee ontstaat al snel de indruk dat het RVU-risico is gemitigeerd.
Nieuwe aanspraken tijdens de verlofperiode kunnen roet in het RVU-eten gooien
De werknemer blijft gedurende de verlofperiode doorgaans in dienst. Daardoor kunnen nieuwe verlofaanspraken ontstaan, terwijl ook andere arbeidsvoorwaardelijke aanspraken kunnen doorlopen. Deze aanvullende rechten vertegenwoordigen eveneens een financiële waarde die voor rekening van de werkgever komt. Wanneer deze waarde niet in de berekening voor de 70%-toets is meegenomen, pakt de uitkomst van de 70%-toets anders uit.
Extra aandacht bij langdurige vrijstelling van werk
Met name bij langdurige vrijstellingen van werk op kosten van de werkgever, voorafgaand aan pensionering, verdient verlofopbouw tijdens verlof absoluut de aandacht. Een regeling die aanvankelijk buiten het RVU-bereik lijkt te vallen, kan door de verdere aangroei van aanspraken van meet af aan een RVU blijken te zijn met de eindheffing voor de werkgever tot gevolg.
Voor werkgevers en advocaten arbeidsrecht is daarom het advies om bij de initiële financiering van het verlof ook te inventariseren welke arbeidsvoorwaarden tijdens de vrijstellingsperiode blijven aangroeien en dáárop een 70%-toets uit te (laten) voeren. Een zorgvuldig geformuleerde vaststellingsovereenkomst is vervolgens het slotstuk om onbedoelde RVU-gevolgen te voorkomen.




