Validatie zwaar werk door TNO: eerste inzichten en aandachtspunten
Publicatiedatum: 11 juni 2026
Sinds 1 april 2026 is het loket van het Expertisecentrum Zwaar Werk van TNO geopend. Cao-partijen kunnen hier de afbakening van de doelgroep voor de RVU-drempelvrijstellingsregeling laten valideren. Het expertisecentrum brengt hierover een advies uit. Hoewel de eerste formele uitkomsten nog niet openbaar zijn, tekenen zich in de praktijk al duidelijke lessons learned en aandachtspunten af. In deze actualiteit zetten wij de belangrijkste inzichten op een rij.
Twee TNO-routes
Voor de afbakening van doelgroep voor de RVU-drempelvrijstelling moeten cao-partijen objectief onderbouwen welke functies of werkzaamheden als zwaar werk kwalificeren. Voor een zorgvuldige toepassing is daarbij expertise op het gebied van gezond en veilig werken essentieel, wat meebrengt dat in de praktijk (externe) deskundigen dienen te worden ingeschakeld. Cao-partijen en hun deskundigen kunnen deze onderbouwing langs twee routes vormgeven, waarna TNO zal overgaan tot validatie.
1. Eigen aanpak of bestaande documentatie
Cao-partijen kunnen kiezen voor een eigen methodiek. De Nederlandse Spoorwegen hebben bijvoorbeeld een methodiek gebruikt conform het Zwaarwerk-model van FNV Havens. Bij het hanteren van een eigen methodiek kan gebruik worden gemaakt van bestaande bronnen, zoals een (getoetste) RI&E. Wanneer deze route wordt gekozen, moet inzichtelijk worden gemaakt welke functies als belastend worden aangemerkt, welke werkkenmerken het werk belastend maken en hoe deze conclusie is onderbouwd, inclusief de gehanteerde methodiek en gebruikte documentatie.
2. TNO-methodiek belastende werkkenmerken
Alternatief is toepassing van de door TNO ontwikkelde methodiek, die desgewenst via de (praktische) door TNO ontwikkelde online-tool kan plaatsvinden. Hierbij kunnen sociale partners en deskundigen per functie of functiegroep in kaart brengen in welke mate belastende werkkenmerken voorkomen. De beoordeling vindt plaats voor de inmiddels bekend veronderstelde belastingvelden: werktijden, fysieke belasting, omgevingsbelasting, psychosociale belasting en cognitieve belasting. De belastingvelden vallen uiteen in verschillende werkkenmerken, waarbij kwantitatieve en/of kwalitatieve onderbouwing dient plaats te vinden.
Alle belastingvelden beoordelen en invullen in de TNO-tool?
Voor de validatie volstaat in beginsel dat voor ten minste één belastingveld overtuigend wordt aangetoond dat sprake is van belastende werkkenmerken. Indien andere belastingvelden niet van toepassing zijn, dient dit expliciet te worden vastgelegd. Er kan dus alleen gemotiveerd worden weggelaten.
Mitigerende maatregelen
Een terugkerend element (in de TNO-tool) is de aandacht voor mitigerende maatregelen, zoals tilhulpen of een generatieregeling. Ook wanneer sprake is van belastende werkkenmerken, wordt gevraagd om toe te lichten welke maatregelen reeds zijn genomen om de belasting te beperken, en waarom aanvullende maatregelen niet mogelijk zijn of onvoldoende effect sorteren. Uit de TNO-tool blijkt echter dat het bestaan van mitigerende maatregelen geen invloed heeft op het eindoordeel dat een functie verhoogde gezondheidsrisico’s met zich meebrengt.
Clusteren van functies
De vraag of een individuele werknemer feitelijk zwaar werk verricht, is niet doorslaggevend. Bepalend is of de functiecategorie als zodanig objectief als zwaar kan worden aangemerkt. In de praktijk betekent dit dat functies kunnen worden gegroepeerd in clusters. Deze benadering maakt de analyse werkbaar, maar stelt wel eisen aan de gekozen indeling. Functies die binnen een cluster vallen, moeten voldoende vergelijkbaar zijn, in die zin dat dezelfde belastingvelden op deze functies van toepassing zijn. Daarbij is het van belang dat het objectieve karakter en de aard van de functiegroep helder worden beschreven en onderbouwd.
Arbeidsverleden en blootstellingsduur
Opvallend is verder dat factoren zoals het arbeidsverleden of de duur van blootstelling aan zwaar werk geen rol spelen in de validatie door TNO. Het expertisecentrum hanteert hiervoor (nog) geen criteria, omdat daarvoor geen eenduidige wetenschappelijke onderbouwing is. Dit betekent dat de beoordeling zich beperkt tot de aard van de functie en de daaraan verbonden werkkenmerken. Cao-partijen kunnen er wel voor kiezen om dergelijke factoren mee te wegen bij de inrichting van hun regeling, maar deze keuze staat los van de uiteindelijke validatie door TNO.
Conclusie
Cao-partijen die zwaar werk willen afbakenen, moeten keuzes expliciet maken, methodisch kunnen verantwoorden en laten zien dat alternatieven daadwerkelijk zijn verkend. De eerste adviezen van TNO zullen deze lijn naar verwachting verder inkleuren. Tot die tijd geldt: hoe sterker en objectiever de onderbouwing, hoe groter de kans dat sprake is van zwaar werk.




