Pensioenkortingen. Wat, waarom en wanneer?

Dalende en zelfs negatieve rentes, een verslechterende financiële positie van pensioenfondsen en naderende kortingen. Voor veel pensioenfondsen wordt 31 december 2019 het moment van de waarheid. Dan zal namelijk blijken of de pensioenen moeten worden verlaagd. Hoe gaat een verlaging in zijn werk? En heeft de verlaging financiële gevolgen voor de werkgever? 

VEV- en MVEV-korting, wat betekent dit?

Pensioenfondsen die over te weinig financiële middelen beschikken, dat wil zeggen een beleidsdekkingsgraad onder de 104%, dienen een herstelplan op te stellen. Wanneer een pensioenfonds vijf achtereenvolgende jaren een beleidsdekkingsgraad heeft van minder dan 104%, is zij verplicht de pensioenen te verlagen zodat de dekkingsgraad stijgt naar dit minimaal geaccepteerde niveau. Deze korting wordt de MVEV-korting genoemd (minimaal vereist eigen vermogen).

Daarnaast bestaat de zogenaamde VEV-korting (vereist eigen vermogen). Deze korting moet het pensioenfonds doorvoeren wanneer de financiële positie zodanig is verslechterd dat het onmogelijk wordt om binnen tien jaar volledig te herstellen. Ieder pensioenfonds heeft voor zichzelf een kritische dekkingsgraad berekend. Daalt de actuele dekkingsgraad tot onder dit kritische niveau, dan wordt verondersteld dat herstel binnen tien jaar niet meer mogelijk is zodat de pensioenen direct moeten worden verlaagd.

MVEV-korting en het Pensioenakkoord

Kortingen mogen door het pensioenfonds worden uitgesmeerd. Een fonds kan dit overwegen om gepensioneerden te beschermen tegen een grote daling van de pensioenuitkering ineens. Een eenmalig genomen besluit tot MVEV-korting is echter onvoorwaardelijk. Dat wil zeggen dat het pensioenfonds er niet voor kan kiezen om naar de toekomst doorgeschoven kortingen te laten vervallen indien de financiële positie van het pensioenfonds onverwachts verbetert.

De MVEV-korting dreigt voor een aantal pensioenfondsen per 1 januari 2020. Zij hebben dan vijf achtereenvolgende jaren een te lage dekkingsgraad. Voor de meeste fondsen is de vijf-jaars periode echter pas volgend jaar (ultimo 2020) verlopen. Om de MVEV-korting te beperken, is in het Pensioenakkoord van juni 2019 afgesproken de grens van 104% te verlagen naar 100%. Het idee was dat korte termijn kortingen hierdoor van de baan waren. Door de verder gedaalde rente lijkt de verlaging van de grens naar 100% echter niet voldoende om pensioenkortingen te voorkomen.

VEV-korting

Ten tijde van het sluiten van het Pensioenakkoord was een VEV-korting erg onwaarschijnlijk en werd hier geen rekening mee gehouden. Door nieuwe rekenparameters en een verder gedaalde rente is de kritische dekkingsgraad van veel fondsen opeens rap gestegen en is een VEV-korting per einde van het jaar een reële angst geworden. Ook deze korting kan worden uitgesmeerd. In tegenstelling tot een MVEV-korting is een VEV-korting voorwaardelijk. Dat wil zeggen dat in geval van een gespreide korting, deze korting kan vervallen indien de kritische dekkingsgraad in positieve zin wordt gepasseerd vóórdat de korting is doorgevoerd.

Kortingen in de praktijk

Blijkt op 31 december 2019 dat een pensioenfonds een MVEV- of een VEV-korting moet doorvoeren, dan zal het pensioenfonds dit tenminste 3 maanden van tevoren moeten aankondigen. Een korting kan in dat geval op zijn vroegst per 1 april 2020 worden doorgevoerd, maar 1 juli of 1 september liggen meer voor de hand. Per pensioenfonds zal de afweging worden gemaakt of de korting ineens wordt doorgevoerd of zal worden uitgesmeerd.

Financiële gevolgen voor de werkgever

Nemen werknemers deel aan een Bpf-regeling op basis van een verplichtstelling? Dan is de pensioenovereenkomst het pensioenreglement en zijn kortingen automatisch onderdeel van de pensioenafspraken. Werknemers kunnen dan in beginsel niet bij de werkgever aankloppen voor tekorten of veronderstelde pensioenschade.

Het kan echter ook een vrijwillige aansluiting of deelname aan een Opf-regeling betreffen, waarin de specifieke kenmerken van de pensioenregeling - zoals het opbouwpercentage - tussen werknemer en werkgever zijn overeengekomen, maar zonder dat de kortingsmogelijkheid expliciet wordt benoemd. Dan kan een verlaging van het pensioen tot gevolg hebben dat de pensioentoezegging formeel niet wordt nageleefd. Het uiteindelijk opgebouwde pensioen is dan lager dan wat op basis van het toegezegde opbouwpercentage verworven zou worden. Een werknemer kan de werkgever in dat geval mogelijk om nakoming van de pensioentoezegging verzoeken.

Een heldere formulering van de pensioenovereenkomst en pensioenbepaling in de arbeidsovereenkomst, cao en handboeken zijn essentieel om in geval van korten financiële risico’s voor de werkgever te voorkomen. 

23 september 2019

Auteur(s)