Niet op tijd aanpassen aan de Wet toekomst pensioenen: geen boetes, wel flinke fiscale pijn

Actualiteit: 8 mei 2026

De afgelopen tijd zijn er berichten verschenen dat werkgevers (die niet zijn aangesloten bij pensioenfondsen) hoge boetes zouden krijgen als zij hun pensioenregeling niet op tijd aanpassen aan de Wet toekomst pensioenen (Wtp). Soms werd zelfs gesproken over boetes van honderdduizenden euro’s. Dat klinkt ernstig en zorgt voor onrust bij werkgevers én werknemers. De onrust is terecht, maar een nuance is op zijn plaats.

Geen boetes

Werkgevers krijgen geen automatische boete als zij hun pensioenregeling bij pensioenverzekeraar of PPI niet tijdig (per 1 januari 2028) hebben aangepast. Maar actie is wel nodig om grote fiscale problemen te voorkomen. Enige paniek is langzamerhand wel op zijn plaats, als de werkgever nog geen actie heeft ondernomen.

Wat is wél het probleem?

Het echte risico zit niet bij boetes, maar bij de belastingheffing die moet plaatsvinden als de wijziging van de regeling niet voor 2028 heeft plaatsgevonden. De pensioenregeling wordt dan fiscaal onzuiver. Dat heeft grote gevolgen voor werknemers en werkgevers:

  • pensioenpremies kunnen worden gezien als gewoon loon;
  • de verplichte werknemersbijdrage kan niet meer in mindering worden gebracht op het bruto loon;
  • werknemers betalen dan onverwachts meer belasting en vermogensrendementsheffing;
  • administratief is een fiscaal onzuiver pensioen een drama;
  • er kan veel onzekerheid ontstaan over de pensioenopbouw.

Dat is extreem vervelend voor werknemers, maar ook voor werkgevers. Die mag de scherven opruimen omdat de werknemer mag verwachten dat de werkgever tijdig actie neemt. Leidt de werknemer fiscale schade door stilzitten van de werkgever, dan kan de werknemer verhaal plegen. In die zin dus toch een ‘boete’ voor de werkgever.

Wacht niet op de uitvoerder

Sommige werkgevers hebben als ‘tactiek’ op de pensioenuitvoerder te wachten. Dat is een doodlopende weg. De uitvoerder kan de uitvoering weliswaar eenzijdig aanpassen, maar niet de afspraak tussen werkgever en werknemer. Die afspraak – de pensioenovereenkomst – blijft juridisch bestaan zoals die was. En dáár kijkt de Belastingdienst naar. Door alleen iets aan te passen bij de uitvoerder, verdwijnt het risico dus niet.

Wat moet er dan wél gebeuren?

De oplossing kost tijd en advieskosten en er is écht actie nodig:

  • werkgever en werknemers (en/of werknemersvertegenwoordiging) moeten altijd nieuwe pensioenafspraken maken; geen enkele ‘bestaande’ pensioenregeling voldoet aan de nieuwe regels;
  • die afspraken moeten duidelijk worden uitgelegd, overeengekomen en vastgelegd;
  • daarna kan de uitvoerder de regeling correct uitvoeren.

Het proces neemt vele maanden in beslag en tienduizenden werkgevers moeten nog overstappen. Uitstel is daarom niet zonder risico: wanneer teveel werkgevers tot het laatste moment wachten zal de beschikbare uitvoeringscapaciteit tekort schieten (de spreekwoordelijke flessenhals) en zal niet iedereen tijdig geholpen kunnen worden.

Meer informatie en contact
Jan-Olivier Kuijkhoven
partner