De pensioenproefballon van het aanstaand kabinet

Publicatiedatum: 03 februari 2026

Als de plannen uit het recente coalitieakkoord waarheid worden, dan moeten werknemers langer doorwerken. De voorstellen zijn om de AOW-leeftijd mee te laten stijgen met de levensverwachting en overigens om de fiscale ruimte in de tweede pijler beperkt te laten krimpen. Is dit een proefballon, die er straks anders uit komt te zien?

1. Voorgestelde pensioenmaatregelen (blz. 44 coalitieakkoord 2026-2030)

De bedoeling is allereerst dat de AOW-leeftijd (vanaf 2033) weer rechtstreeks zal meestijgen met de levensverwachting. Daarnaast is in het coalitieakkoord nogal cryptisch vermeld ‘Tot slot verminderen we de komende zes jaar de fiscale subsidiering van het aanvullend pensioen voor de hoogste inkomens.’ In de budgettaire tabel van het akkoord staat duidelijker taal: ‘bevriezen aftoppingsgrens voor 6 jaar’. Met andere woorden: de nu al bevroren aftoppingsgrens (€ 137.800) blijft langer bevroren. Dit laatste verbaast me niets en is al voorspeld in een vorige actualiteit over dit onderwerp.

2. Proefballon?

Twee zaken aan de pensioenvoorstellen vallen op. Het plan om de AOW-leeftijd versneld te verhogen is pikant, aangezien in het Pensioenakkoord van 2019 met bonden en werkgevers juist een vertraging is afgesproken en doorgevoerd. Het is dan ook geenszins verwonderlijk dat GroenLinks-PvdA en vakbonden onmiddellijk negatief gereageerd hebben. Verder valt op dat de aftoppingsgrens voor aanvullend pensioen ‘slechts’ bevroren wordt, terwijl er steeds vaker gepleit wordt voor een substantiële verlaging van die grens. Het zou mij niet verbazen als de AOW-ingreep uiteindelijk achterwege blijft en de aftoppingsgrens van € 137.800 fors verlaagd zal worden; de besparing moet het aanstaand kabinet immers ergens realiseren.

3. Realisme

Overigens kan niemand ontkennen dat de financiering van de AOW steeds lastiger wordt. De reden is de toenemende grijze druk (verhouding tussen werkenden en gepensioneerden) en het omslagstelsel (werkenden betalen voor gepensioneerden). Alternatieven voor een snellere stijging van de AOW-leeftijd zijn het fiscaliseren van de AOW, het verlagen van de AOW-uitkering, of het invoeren van een inkomens- of vermogensgrens. Het zijn allemaal onaantrekkelijke ingrepen voor de genieters van AOW. Een staatsfonds is helaas niet gevormd.

4. Bijpassende arbeidsvoorwaarden bij krimpende pensioenkaders

Linksom (verlaging aftoppingsgrens) of rechtsom (ingrepen AOW): het pensioenstelsel zal waarschijnlijk (verder) worden versoberd. Dat is al decennia bezig. Daardoor wordt het voor sociale partners steeds meer noodzakelijk maatwerk te leveren en te kijken naar de wettelijk gefaciliteerde arbeidsvoorwaarden inzake ‘uitgesteld loon’. Denk daarbij aan onderstaande fiscale faciliteiten.

Verlofsparen

Werknemers en werknemers kunnen fiscaal tot 100 weken verlof sparen, hetgeen ingezet kan worden voor een (al dan niet geleidelijke) overgang richting pensioen. Dit biedt flexibiliteit en helpt duurzame inzetbaarheid te bevorderen of vroeg pensionering te faciliteren bij een stijgende AOW-leeftijd.

RVU-drempelvrijstelling

Deze fiscale vrijstelling maakt het mogelijk werknemers tot 36 maanden voor de AOW-leeftijd te laten uitstromen zonder (57,7%) strafheffing, tot het bedrag van de drempelvrijstelling. Dit biedt werknemers - de bedoeling is alleen als sprake is van fysiek of mentaal zware beroepen - de mogelijkheid eerder te stoppen en voorkomt uitval.

Bijsparen voor pensioen tot de 30%-fiscale grens

Op grond van de Wet toekomst pensioenen bestaat er ruimte om tot 30% van de pensioengrondslag fiscaal gefaciliteerd pensioen op te bouwen. In veel regelingen is of ontstaat fiscale ruimte en kan zo uit het brutoloon worden bijgespaard. Ook de werkgever kan extra storten. Dit helpt werknemers hun pensioenkapitaal te verhogen en zo toch wat eerder met pensioen te kunnen gaan.

Seniorenregeling / generatiepact

Fiscaal gezien is het toegestaan 50% te werken en voor maximaal 100% doorbetaald te krijgen en pensioen op te bouwen. De meest bekende variant is 80-90-100. Deze maatregel kan op zich staan, maar is ook goed te combineren met een werk-naar-werk-traject

Meer informatie en contact
Jan-Olivier Kuijkhoven
partner