Afstandsverklaring bij pensioen: onderschat de risico’s niet!

Publicatiedatum: 10 september 2026

Werkgevers krijgen soms het verzoek van een werknemer om niet deel te nemen aan de collectieve pensioenregeling. Denk aan een voormalig DGA of een werknemer die het liever ‘zelf’ regelt. De oplossing lijkt eenvoudig: een afstandsverklaring opstellen en laten ondertekenen. In de praktijk blijkt echter dat zelfs een juridisch briljant opgestelde afstandsverklaring niet altijd afdoende is en risico's kan opleveren voor de werkgever.

Is een afstandsverklaring eigenlijk wel een afstandsverklaring?

Een werkgever kan een pensioenaanbod doen via de arbeidsovereenkomst of een aparte pensioenovereenkomst. Dat kan bij indiensttreding zijn, maar ook tijdens het dienstverband wanneer een pensioenregeling wordt ingevoerd. Wanneer een werknemer dit aanbod niet aanvaardt, is de term ‘afstandsverklaring’ misleidend. Juridisch gezien doet een werknemer geen afstand van een recht. Er wordt simpelweg geen pensioenovereenkomst gesloten.

Contractsvrijheid kent grenzen

Een werkgever kan, op grond van contractsvrijheid, weliswaar met een werknemer afspreken dat geen pensioenovereenkomst wordt gesloten, maar dat betekent nog niet dat de pensioenuitvoerder daarmee instemt. In het geval van verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfondsen is de afstandsverklaring nietig omdat er een wettelijke verplichtstelling geldt.

In het geval van verzekerde regelingen is altijd vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst tussen werkgever en uitvoerder dat alle werknemers, die binnen de deelnemersdefinitie vallen, moeten worden aangemeld. Een uitvoerder doet dat niet voor niets; ondanks een afstandsverklaring kan een werknemer of een partner onder omstandigheden nog steeds aankloppen bij de uitvoerder. Vanuit dat perspectief is begrijpelijk dat verzekeraars en premiepensioeninstellingen verzoeken om werknemers buiten de collectieve pensioenregeling te houden in beginsel afwijzen. Het is daarom verstandig om eventuele uitzonderingen met de pensioenuitvoerder vooraf af te stemmen.

In de praktijk zien wij grofweg twee oplossingsroutes:

  1. de deelnemersdefinitie in het pensioenreglement wordt gewijzigd en zodanig vormgegeven dat de betreffende persoon daar niet onder valt; met deze route zal de uitvoerder in beginsel altijd akkoord gaan; of
  2. de werkgever en werknemer komen schriftelijk overeen dat geen pensioenovereenkomst tot stand komt, veelal in de vorm van een ‘afstandsverklaring’ of een door de verzekeraar voorgeschreven document; met deze route gaan sommige uitvoerders onder omstandigheden akkoord.  

Welke route het meest geschikt is, hangt sterk af van de omstandigheden van het geval. Bij een voormalig DGA die na de verkoop van zijn onderneming in dienst blijft, ligt uitsluiting via de deelnemersdefinitie vaak meer voor de hand als sprake is van een unieke functie. In andere situaties, bijvoorbeeld wanneer een werknemer reeds elders pensioen opbouwt, kan oplossingsroute twee praktischer zijn, mits de uitvoerder daaraan meewerkt.

Conclusie

Een afstandsverklaring is geen standaarddocument dat zonder meer uit de lade kan worden getrokken. Werkgevers zullen eerst moeten nagaan of de pensioenuitvoerder bereid is mee te werken en op welke wijze een uitzondering kan worden vormgegeven. Overigens moet worden geborgd dat de werknemer beschikt over voldoende informatie om een weloverwogen keuze te maken. Wie uitsluitend vertrouwt op een handtekening, kan achteraf voor onaangename verrassingen komen te staan. Maar dat is voer voor een andere actualiteit!

Meer informatie en contact
Fabiënne Emmen
consultant
Jan-Olivier Kuijkhoven
partner