Wetten en wetsvoorstellen

Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen

In het pensioenakkoord zijn afspraken gemaakt om meer maatwerk mogelijk te maken in het arbeidsvoorwaardelijk pensioen en meer keuzemogelijkheden te bieden om eerder te stoppen met werken. In dit verband is afgesproken dat:

  1. maximaal 10% van het opgebouwde pensioenvermogen als bedrag ineens kan worden opgenomen op de pensioendatum;
  2. de pseudo-eindheffing op regelingen voor vervroegde uittreding (RVU) tijdelijk wordt versoepeld; en
  3. de fiscale ruimte voor verlofsparen wordt verruimd van 50 naar 100 weken.

Dit wetsvoorstel strekt tot uitwerking van deze afspraken.

Klik hier om de parlementaire geschiedenis van deze wet in te zien. 

Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd

In het pensioenakkoord is afgesproken de AOW-leeftijd vanaf 2020 jaar twee jaar te bevriezen en daarna weer te laten stijgen. Hierdoor blijft de AOW-leeftijd in 2020 66 en 4 maanden bedragen in plaats van 66 en 8 maanden. In 2024 bedraagt de AOW-leeftijd 67 jaar. 

Jaar AOW-leeftijd Geboortedatum werknemer
2020

66 jaar + 4 maanden

na 31 augustus 1953 en voor 1 september 1954
2021

66 jaar + 4 maanden

na 31 augustus 1954 en voor 1 september 1955
2022

66 jaar + 7 maanden

na 31 augustus 1955 en voor 1 juni 1956

2023

66 jaar + 10 maanden

na 31 mei 1956 en voor 1 maart 1957

2024 67 jaar

na 28 februari 1957 en voor 1 januari 1958

De wetswijziging tot een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd is begin juli 2019 aangenomen door de Eerste Kamer en treedt per 1 januari 2020 in werking.

Daarnaast is in het pensioenakkoord afgesproken om de koppeling van de AOW-leeftijd aan de resterende levensverwachting te versoepelen. Concreet betekent dit dat indien de levensverwachting vanaf 1 januari 2025 met één jaar stijgt de AOW-leeftijd met acht maanden stijgt (in plaats van met 12 maanden zoals nu is geregeld). Dit zal later bij wet worden geregeld.  

Klik hier om de parlementaire geschiedenis van deze wet in te zien.